1 op 10 kinderen loopt risico op laaggeletterdheid

Een schrikbarend aantal kinderen en jongeren (tot 18 jaar) verlaat het onderwijs zonder het vereiste taalniveau te beheersen. Het gaat hierbij om ruim 10% van groep 8-leerlingen, 9 tot 19% van vmbo-leerlingen, 36% van mbo2-leerlingen en 15% van mbo3. Samengenomen loopt tenminste 1 op de 10 kinderen daarmee risico om als laaggeletterde volwassene de maatschappij en de arbeidsmarkt te betreden. Dat blijkt uit onderzoek dat ecbo in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven heeft uitgevoerd. Onderzocht is waar preventie zich op moet richten om te voorkomen dat kinderen en jongeren met een taalachterstand de laaggeletterden van de toekomst worden.

Zonder preventie groeit aantal laaggeletterden

Nu al hebben 1,9 miljoen 16-plussers moeite met lezen en schrijven. Een aantal dat blijft toenemen.  Dit onderzoek bevestigt het belang van preventie om deze groei te stoppen. Zonder preventie loopt 1 op de 10 kinderen risico op laaggeletterdheid. Preventie moet zich richten op factoren die verbonden zijn aan taalachterstand, zoals mondelinge taalkennis en woordenschat, leesattitude en motivatie van het kind en de kwaliteit van het onderwijs en de docent. Ook de houding van ouders ten opzichte van lezen en de interactie die zij hebben met hun kind vraagt aandacht.

Meer aandacht voor schrijfvaardigheid noodzakelijk  

Er is geen compleet beeld van taalvaardigheid van kinderen en jongeren, omdat in vrijwel alle onderzoeken taalvaardigheid enkel wordt gemeten als leesvaardigheid. Schrijfvaardigheid wordt veelal buiten beschouwing gelaten. Bovendien zijn er vrijwel geen interventies bekend die zich richten op schrijfvaardigheid. Beide vaardigheden zijn echter cruciaal om volwaardig deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Kortom: er moet meer aandacht komen voor schrijfvaardigheid.

Weinig interventies voor 12- tot 18-jarigen

Gedurende de schooltijd zijn er tal van mogelijkheden om taalachterstanden te signaleren en aan te pakken, zoals toetsing, leerlingvolgsystemen en instructie en begeleiding. Mogelijkheden die na het verlaten van het onderwijs niet meer zo toegankelijk zijn. Hier is de kans dan ook aanwezig dat een taalachterstand omslaat in laaggeletterdheid. Uit dit onderzoek blijkt dat er weinig interventies zijn, die zich richten op 12- tot 18-jarigen. Dit is een gemiste kans en hier moet verbetering in komen willen we dat het aantal laaggeletterden in de toekomst niet toeneemt.

Roep om een brede aanpak

Om de groei van het aantal laaggeletterden een halt toe te roepen is een brede aanpak nodig. Het voorkomen van een nieuwe generatie laaggeletterden is daarin cruciaal. Daarom moet hier al bij kinderen en jongeren expliciet oog voor zijn. Daarnaast moet zowel via het kind, via de school als via de ouders gewerkt worden aan het verminderen van taalachterstand.

Stichting Lezen & Schrijven ondersteunt ook de preventie van laaggeletterdheid. Voor ouders met kinderen in de leeftijd van 2 tot 12 jaar is het programma Taal voor Thuis beschikbaar. Daarnaast wordt in 2017 in Limburg geïnvesteerd in het onderzoeken van de mogelijkheden voor een aanpak specifiek gericht op jongeren. Ten slotte wordt in 2017 op basis van diverse pilots onderzocht hoe ouders de loopbaanoriëntatie van hun kind beter kunnen begeleiden, door taalkennis en -vaardigheden te ontwikkelen. 

Auteurs 

Het onderzoek Preventie door interventie: Literatuurstudie naar lees- en schrijfachterstanden bij kinderen en jongeren is gedaan door I. Christoffels, A. Groot, C. Clement & J.F. Lam (ecbo). De volgende organisaties hebben een bijdrage geleverd aan het onderzoek: Universiteit van Rotterdam, Expertis Onderwijsadviseurs, Hogeschool Edith Stein, Stichting Lezen, Sardes, Kohnstamm Instituut, Hogeschool Rotterdam.