Een leven lang ontwikkelen om achterstanden in te halen en te voorkomen 

Het onderwijs kan zijn maatschappelijke opdracht binnen het huidige stelsel onvoldoende waarmaken, omdat het stelsel te gedifferentieerd is geworden. Daarom is het nodig dat het onderwijsstelsel wordt aangepast. Dat concludeert de Onderwijsraad vandaag in het rapport Stand van educatief Nederland 2018. Jongeren uit verschillende sociale klassen komen elkaar minder vanzelfsprekend tegen in het onderwijs en de eerste plaatsing in het voortgezet onderwijs bepaalt steeds meer het eindniveau van jongeren. Dat zorgt voor kansenongelijkheid. Voor Stichting Lezen & Schrijven is het belangrijkste advies van de Onderwijsraad dat permanente educatie een eigenstandige rol in het stelsel zou moeten krijgen. Het ontbreken daarvan maakt de positie van lager en middelbaar opgeleide mensen namelijk kwetsbaar.  

Structureel  

De Onderwijsraad signaleert in het rapport onder meer: ‘Eén van de knelpunten hangt samen met de grotere behoefte aan scholing en vorming gedurende de hele levensloop. Deze scholing en vorming is niet alleen een verantwoordelijkheid van individuen, maar ook van bedrijven en overheden. Permanent educatie is geen onderdeel van de huidige onderwijsvoorzieningen binnen het stelsel.’ Stichting Lezen & Schrijven onderschrijft het belang van permante educatie. Zo’n 2,5 miljoen Nederlanders hebben namelijk grote moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Het inhalen en vooral voorkomen van achterstanden op basisvaardigheden zorgt dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en op de arbeidsmarkt. 

Keuzes 

Jongeren moeten in Nederland zeer vroeg studiekeuzes maken. Sommige leerlingen hebben daar baat bij. Voor leerlingen uit lagere sociaaleconomische milieus en voor laatbloeiers pakt vroege selectie vaak minder goed uit. Er is een grote kans dat zij niet terechtkomen in het type onderwijs dat past bij hun capaciteiten en talenten. Dit is zorgelijk, zeker als je het koppelt aan de cijfers van de Staat van het Onderwijs. Deze vermelden dat kinderen met hoogopgeleide ouders niet alleen vaker een hoger advies krijgen dan kinderen met laagopgeleide ouders, maar ook dat dit verschil de laatste jaren is toegenomen. Dit geldt ook wanneer men rekening houdt met de cognitieve prestaties van de kinderen. Kinderen van ouders die zelf laaggeletterd zijn, hebben drie keer zoveel kans later ook laaggeletterd te worden. Op die manier gaat de problematiek van laaggeletterdheid van generatie op generatie door. 

Ontwikkelen 

Daarnaast is het van belang dat iedere jongere na het initiële onderwijs verder kan leren. Ook volwassenen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen moeten de kans krijgen om hun opgelopen achterstand in te halen. Daarvoor zijn toegankelijke voorzieningen om te werken aan basisvaardigheden en een duurzame investering in volwassenonderwijs nodig. Ook is het belangrijk dat laaggeletterden beter herkend en doorverwezen worden naar taalscholing, bijvoorbeeld bij de dokter, het UWV of de schuldhulpverlening. Doen we dit niet dan laten we kansen liggen en groeit de tweedeling in de samenleving. 

Geke van Velzen, directeur-bestuurder Stichting Lezen & Schrijven: “Een permanente structuur voor volwassenenonderwijs waar iedereen in de buurt op zijn of haar eigen niveau kan leren, is essentieel. De samenleving wordt steeds complexer en vraagt meer van mensen, de arbeidsmarkt verandert in rap tempo. Daarom moet iedereen zich een leven lang blijven ontwikkelen. Juist ook voor mensen met een lage opleiding of volwassenen die werkzaam zijn in beroepen waarin weinig met taal gewerkt wordt is dat ook belangrijk. Daarom zijn structurele aanpassingen nodig aan het huidige onderwijsstelsel, zoals de Onderwijsraad aangeeft.”