Het aantal jongeren met een taalachterstand: de feiten op een rij

De afgelopen week was het veel in het nieuws: een schrikbarend aantal kinderen en jongeren verlaat het onderwijs zonder het vereiste taalniveau te beheersen. Aanleiding was een onderzoek dat ecbo in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven heeft uitgevoerd. Hieronder de feiten op een rij.

Het onderzoek: het belang van laaggeletterdheid voorkomen 

Onderzocht is waar preventie zich op moet richten om te voorkomen dat kinderen en jongeren met een taalachterstand de laaggeletterden van de toekomst worden. Preventie moet zich richten op factoren die verbonden zijn met taalachterstand, zoals mondelinge taalkennis en woordenschat, leesattitude en motivatie van het kind en de kwaliteit van het onderwijs en de docent. Ook de houding van ouders ten opzichte van lezen en de interactie die zij hebben met hun kind is belangrijk. Kinderen van laaggeletterde ouders hebben drie keer zoveel kans om later zelf laaggeletterd te worden. 

Bekijk de factsheet met onderzoeksresultaten

Aantallen kinderen en jongeren

De cijfers van het College voor Toetsing en Examens (2015) laten zien hoe groot de taalachterstand is voor verschillende groepen:

  • Ruim 1 op de 10 groep 8-leerlingen die het primair onderwijs verlaat, beheerst het vereiste taalniveau (1F) onvoldoende.
  • Gemiddeld 1 op de 7 vmbo-leerlingen verlaat het voortgezet onderwijs zonder het vereiste niveau van geletterdheid (2F) te beheersen.
  • Ruim 1 op de 3 mbo 2-leerlingen en 1 op de 7 mbo 3-leerlingen presteert onder het vereiste niveau van geletterdheid (2F).

Hoe zit het met de Volkskrant factcheck?

Stichting Lezen & Schrijven heeft gecommuniceerd dat het aantal laaggeletterde jongeren van 11,5% in 2003 gestegen is naar 17,9% in 2015. Hierbij baseren we ons op het persbericht dat CITO uitbracht bij de lancering van het onderzoek. Hierin is te lezen: “Sinds 2003 is het percentage laaggeletterden in Nederland significant toegenomen van 12% naar 18%.”. Navraag bij CITO maakt duidelijk: “AIs het kleine verschil tussen 2003 en 2006 al significant is en het eveneens kleine verschil tussen 2012 en 2015 net niet, dan is het veel grotere verschil tussen 2003 en 2015 waarschijnlijk wel significant.”.

De Volkskrant kwam in een factcheck tot een andere conclusie, maar heeft deze intussen gerectificeerd.  

PISA-onderzoek

Ook als je de bron erop naslaat, het PISA-onderzoek, dan staat nergens dat de groei tussen 2003 en 2015 niet significant zou zijn. Dit wetende, en als je het gat tussen 11,5% (2003) en 17,9% (2015) ziet, dan blijft onze conclusie: de groei bestaat wel.

Los van deze statistische discussie zijn wij het eens met Tommy Wieringa die het mooi verwoordt in zijn column vandaag in het AD: “Bijna 18 procent laaggeletterde jongeren is griezelig veel.”

Ook de Leesmonitor maakte melding van een significante toename.