In de wijk bespreken en screenen

In januari 2017 vertelden we u dat er bij wijkpleinen in Den Bosch Taalmeters worden afgenomen. Inmiddels is het project verder gevorderd: er zijn bijna 200 Taalmeters afgenomen. Tine Berkers, wijkwerker van welzijnsorganisatie Divers in Den Bosch en coördinator van het project, vertelt hoe het gaat: hoe belangrijk het gesprek voor en na het afnemen van de Taalmeter is, hoe doorverwijzing is geregeld en ook wat niet zo goed loopt. 

Taalmeter maken 

Mensen bezoeken een wijkplein met allerlei vragen. Vaak gaat het om hulp bij de administratie. De wijkpleinmedewerkers beginnen met de bezoeker over taal. Tine: “Zij zeggen dat het inderdaad lastig is, zo’n formulier en dat veel mensen dat vinden. Ze vragen of de bezoeker eens de Taalmeter willen maken om te kijken hoe ze ervoor staan. Ongeveer de helft werkt daaraan mee. Dat doen ze dan omdat ze wel nieuwsgierig zijn. Er zijn ook mensen die niet mee willen werken, vaak omdat ze haast hebben en we denken ook omdat sommigen niet durven. Bij die laatste groep horen helaas ook mensen van wie we denken dat ze juist wel taalles kunnen gebruiken. De medewerkers, dit kunnen professionals en vrijwilligers zijn, moeten echt praten als Brugman om mensen te motiveren de Taalmeter te maken. We merken dat er veel schaamte bij komt kijken. Bij de een helpt enthousiasme en bij de ander moet je weer heel voorzichtig het gesprek aangaan om ze niet af te schrikken. Dat moet je echt aftasten dus dat is echt knap als het lukt. Het helpt wel dat het soms medewerkers zijn die daar al langer werken, dan kennen ze sommige bezoekers al.” 

In de wijk bespreken en screenen

Scholing 

Het project om bij wijkpleinen de Taalmeter af te nemen is een onderdeel van brede aandacht voor laaggeletterdheid in Den Bosch. “Alle professionals en vrijwilligers die contacten hebben met mensen in de buurt en die kunnen inschatten of iemand moeite heeft met taal worden door Stichting Lezen & Schrijven geschoold in het herkennen en doorverwijzen. Dat zijn wijkwerkers, maatschappelijk werkers, leerkrachten van een basisschool, medewerkers van de kinderopvang, GGD, apotheek, huisartsen en agenten. Iedereen wordt betrokken om het onderwerp bekendheid te geven en om het laagdrempeliger te maken om het te bespreken. Door cijfers, voorbeelden en verhalen wordt duidelijk wat het effect is van niet goed kunnen lezen en schrijven. Daardoor zijn de vrijwilligers heel gemotiveerd en herkennen ze de verhalen. Ik hoor dan ‘die man komt nooit zijn afspraken na, het zou wel eens kunnen dat die moeite heeft met lezen en schrijven’. 
Ik denk dat NT1’ers er wat moeilijker van te overtuigen zijn dat er qua taal nog wat te halen valt. Ook met dit project kun je ze dan niet vangen. Het is de bedoeling dat professionals en vrijwilligers het blijven benoemen en we hopen dat zij mensen dan toch prikkelen er iets aan te doen.” 

Gesprek na de Taalmeter 

Na het afnemen van de Taalmeter gaat de wijkpleinmedeweker in gesprek met de bezoeker. “Ze vragen dan hoe het ging. Sommigen zijn heel trots als ze de Taalmeter goed hebben gemaakt. Het is fijn als ze blij het wijkplein verlaten. Tegen mensen die het minder goed hebben gemaakt zeggen we dat er gratis taalles is, van verschillende aanbieders, in verschillende vormen en op diverse plaatsen. Als iemand geïnteresseerd is noteren we de gegevens.” 

Doorverwijzing 

Deze gegevens gaan naar Tine of de lokale coördinator die goed overzicht heeft van het aanbod en zij selecteert een taalaanbieder die bij de betreffende bezoeker past. “De taalaanbieder neemt contact op en er volgt een uitnodiging. We zien dan weleens dat mensen niet komen. Zij hebben dan een sociaal wenselijk antwoord gegeven, namelijk dat ze wel taalles willen. We proberen dan te achterhalen waarom iemand toch niet wil. Soms helpt het als een taalmaatje thuis komt, dat maakt de drempel naar taalles in groepsverband lager. En we bellen na een maand nog een keer om te kijken of mensen inderdaad bij een taalaanbieder zijn begonnen en zo nee, of er drempels zijn waarbij we kunnen helpen om die weg te nemen.” 

Toekomst 

Tine is door dit project zelf ook bewuster geworden. Ze ziet hoelastig dit thema is. “We merken dat het moeilijk is voor professionals om het te bespreken. We merken ook dat het een thema is waarvoor je je best moet doen om het te laten leven. Iedereen is druk met het eigen werk en dit komt ‘erbij’. Maar het is zo’n veelomvattend onderwerp, het is niet alleen gerelateerd aan geld, gezondheid en werk, maar ook aan eenzaamheid en isolement. Af en toe zeggen we als partners hier tegen elkaar ‘het moet weer even op het netvlies komen’. Ik ben tevreden als we over een jaar mensen spreken die echt geholpen zijn met de taalles en zelfredzamer zijn geworden.” 

Meer weten? 

Wilt u meer weten over dit project? Neem dan contact op met Deniz Özkanli, projectleider in Noordoost-Brabant via deniz@lezenenschrijven.nl

Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen. Klik hier voor meer informatie over onze cookies.

OK