Laaggeletterdheid in Zuid-Limburg

Tanja werkt sinds vijf jaar als beleidsmedewerker. Daarvoor werkte ze bij een onderwijsinstelling en de bibliotheek. “Nu zit ik zelf meer aan het stuur met de aanpak. Meer zelfredzaamheid van inwoners is iets waar ik me met hart en ziel voor inzet. En dat is nodig. Het percentage laaggeletterden in Zuid-Limburg en met name Parkstad (vooral Heerlen en Kerkrade) is hoog. Een boek dat iedereen die beleid maakt in Zuid-Limburg zou moeten lezen is ‘Het geluk van Limburg’ van Marcia Luyten. Als je dat boek hebt gelezen dan snap je dat het mijnverleden van de streek veel invloed heeft gehad. De mijndirecties hebben de mensen volledig ontzorgd, als arbeidsvoorwaarde of om ‘het rode gevaar’ te voorkomen. Als je bij de mijn ging werken kreeg je een woning en ging je bij de fanfare van de mijn. Maatschappelijke zelfredzaamheid is hierdoor generaties lang uitgesleten. Als je een bepaalde competentie generaties lang niet hoeft te gebruiken, zijn er generaties nodig om dat weer te veranderen.”

Elkaar weten te vinden in de regio

De samenwerking in de arbeidsmarktregio is goed. Tanja: “We liggen in het hart van de Euregio maar landelijk liggen we geïsoleerd. In dit geval is dat een voordeel, want we zijn hierdoor sterk op elkaar gericht. Er is een samenwerkingsverband vanaf 2011 en er is een goede infrastructuur. We weten elkaar goed te vinden. Er is regelmatig overleg tussen de gemeenten en de kernpartners over volwasseneneducatie en de aanpak van laaggeletterdheid. We zijn daardoor goed op de hoogte van wat er speelt en we kunnen zaken meteen aanpakken. Wat gaat er goed en niet goed, wat zijn verbetervoorstellen? Inge: “En met de aanstelling van drie projectleiders basisvaardigheden, voor elke subregio één, weten we elkaar nog beter te vinden. Zij jagen de samenwerking aan en zorgen voor verbinding tussen de subregio’s Parkstad, Westelijke Mijnstreek en Maastricht-Heuvelland.”

Rol centrumgemeente in regioplan

Als centrumgemeente speelt Heerlen een actieve rol bij de aanpak en ook bij het opstellen van het regioplan. Tanja: “De verantwoording voor de besteding van de budgetten ligt bij ons, maar we maakten het plan samen met een representatieve vertegenwoordiging van andere gemeenten. De opzet is gemaakt door de drie grotere gemeenten Sittard-Geleen, Maastricht en Heerlen en enkele kleinere gemeenten, samen met het VISTA college (roc) en Stichting Lezen en Schrijven.”

Inhoud: vijf pijlers

Als basis voor het plan heeft de regio een eerder geschreven visiedocument gebruikt. “In 2019 maakten we met een NT1-werkgroep dit visiedocument waarin we hebben beschreven wat we belangrijk vinden en hoe we samenwerken. Vervolgens hebben we geïnventariseerd wat het lokale beleid is. We ontdekten daarin vijf pijlers die voor alle gemeenten relevant zijn: preventie, bereik NT1, passend aanbod, herkennen en doorverwijzen in het sociaal domein en toegankelijke communicatie. Die hebben we benoemd met algemene doelen. De uitwerking volgt in een jaarplan. Voor het volwassenenonderwijs is dit een regionaal plan en regionale verantwoording, voor de onderdelen preventie, sociaal domein en eenvoudige communicatie worden dit lokale plannen. Zo blijft duidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt.” Inge: “De gesprekken daarover waren heel motiverend. Iedereen was bereid om de schouders eronder te zetten. Ook de ambtenaren waren heel betrokken. We zijn open en transparant met elkaar aan de slag gegaan.”

Wat merken inwoners ervan?

De regio beseft dat dit pas het begin is. Tanja: “Nu wordt er op basis van de doelen uit het plan en de resultaatafspraken in het jaarplan door de gemeenten zelf bekeken wat er lokaal moet gebeuren om dit te halen. We bespreken in het kwartaaloverleg waar we mee bezig zijn en waar we tegenaan lopen. Zo kunnen we elkaar adviseren en verder helpen. We proberen daarbij steeds de vraag te stellen: wat hebben inwoners eraan? Zo voorkom je dat alle geld en tijd gaat zitten in het bedenken van plannen. Het komt erop aan dat je ook werkelijk iets doet.”

Samenwerking

Nu het plan van aanpak klaar is en duidelijk is wie wat gaat doen, sluiten de regio en Stichting Lezen en Schrijven een samenwerkingsovereenkomst. Inge: “Tijdens de netwerkbijeenkomst heb ik het groeimodel (praktijkvoorbeeld) van Stichting Lezen en Schrijven gepresenteerd. Een aantal gemeenten en een samenwerkingsverband gaan er komend jaar verder mee. Zo willen ze hun daadkracht, slagkracht en resultaatgerichtheid nog verder vergroten.” Tanja en Inge komen samen tot de conclusie: “Zuid-Limburg is een regio met veel uitdagingen op het gebied van laaggeletterdheid, maar door de nauwe samenwerking en wil tot actie een heel leuke regio om voor te werken. Het is door de nauwe samenwerking ook een breed gedragen plan, daar zijn we trots op!”

Tips van Tanja Seldenthuis, beleidsmedewerker Heerlen

Tip 1: Betrek Taalambassadeurs
“Zij zijn een instrument bij het werven van NT1’ers, dan moeten ze ook het grotere geheel kennen. Dan neem je ze serieus.”

Tip 2: Schrijf in eenvoudige taal
“Wij vinden het belangrijk om het goede voorbeeld te geven.”

Tip 3: Maak het aanbod bekend
“Niet alleen inwoners maar ook collega’s hebben geen idee van het bestaan van volwassenenonderwijs dat voor de doelgroep kosteloos is. Maak dit dus zowel in de eigen organisatie als daarbuiten bekend. In Parkstad doen we deze externe communicatie met de campagne Letterliefde.”

Tip 4: Zet camouflagecursussen echt in als stap naar volwasseneducatie
“We ontwikkelen camouflagecursussen op basis van interesses in overleg met welzijn en de wijken. De cursussen worden gegeven door docenten van het VISTA college.”

Tip 5: Focus
“Breng focus aan, beperk je tot een paar meetbare zaken waar inwoners wat aan hebben. Volg hiervan per kwartaal de voortgang. Zo behaal je concrete resultaten.”

Meer weten?

Wilt u meer weten over de aanpak van laaggeletterdheid in Zuid-Limburg? Neem dan contact op met lokale adviseur Inge Elzer via ingeelzer@lezenenschrijven.nl. Wilt u meer weten over de ondersteuning van gemeenten bij de aanpak van laaggeletterdheid door Stichting Lezen en Schrijven? Neem dan contact op met programmamanager Anna van den Boogaard via annavandenboogaard@lezenenschrijven.nl.
 

Inge Elzer

Zuid-Limburg