Zo kan iemand bijvoorbeeld zeggen: ‘Dat vul ik thuis wel even in’. Of vragen of iemand anders het even kan voorlezen of opschrijven.

Andere signalen kunnen zijn: 

  • Alleen kijken naar een tekst zonder de ogen te bewegen over de tekst. 
  • Geen punten of komma’s gebruiken. 
  • Geen e-mailadres hebben. 
  • Moeite hebben met mobiel bankieren. 
  • Een slecht leesbaar handschrift hebben. 
  • Vaak of een lange periode werkloos zijn. 
  • Niet verder groeien in het werk. 
  • Een uur te vroeg of te laat zijn op een afspraak. 
  • Negatief praten over schoolervaring. 
  • Moeite hebben met navigatie. 
  • Smoesjes gebruiken als ‘bril vergeten zijn’ of ‘zere hand hebben’ als gevraagd wordt iets te lezen of te schrijven