“Ik begrijp niet hoe in een rijk land als Nederland zóveel mensen moeite kunnen hebben met lezen en schrijven”, begint Van Oosterhout. “Het is zo’n belemmering. Je kunt nog beter een been missen, dan dat je moeite hebt met taal.” Dus toen Van Oosterhout 16 jaar geleden burgemeester werd van Aa en Hunze, besloot hij daar wat aan te doen. “Er was in Drenthe toen wel al aandacht voor het thema laaggeletterdheid, maar heel versnipperd. Elke gemeente kocht weleens wat expertise in, bibliotheken vroegen er af en toe aandacht voor en de roc’s boden cursussen aan. Maar dit probleem is zo groot en belangrijk, dat lost niemand alleen op. Daarom startte ik het Bondgenootschap voor een Geletterd Drenthe.”

Samen aanpakken 

De eerste stap was partners vinden. Dat bleek makkelijker dan gedacht. Van Oosterhout: “Iedereen wilde meedoen. Het is echt een onderwerp dat mensen raakt. In 2015 tekenden bijna 50 partijen het eerste Taalakkoord van Nederland. Dat is natuurlijk leuk, maar dan begint het pas. Want hoe pak je laaggeletterdheid vervolgens samen aan?” Het enthousiasme van de provincie helpt daarbij. “Door de financiële ondersteuning vanuit de provincie hebben we altijd een werkbudget.” Met dat geld organiseert het bondgenootschap onder andere 2 keer per jaar het Bondgenotencafé. Daar worden goede praktijkvoorbeelden gedeeld en ontmoeten partners elkaar. Om van elkaar te leren en elkaar te versterken. Van Oosterhout: “Maar uiteindelijk moeten de partners zelf in actie komen. Zien dat andere organisaties dat ook doen, werkt motiverend.” 

Eric van Oosterhout

Op verschillende manieren helpen 

Een mooi voorbeeld van partners die elkaar versterken, is de ondersteuning die DNK bibliotheek en het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) bieden aan mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Van Oosterhout: “Zij bieden samen de cursus DigiVitaler aan. In 2 lessen leren cursisten werken met MijnWZA en de BeterDichtbij-app van het WZA.” Een andere manier waarop partners mensen die moeite hebben met lezen en schrijven helpen, is door zo eenvoudig mogelijk te communiceren. Van Oosterhout: “Maar we zijn er nog lang niet. Om bij mijn eigen gemeente te blijven: we weten dat een integrale aanpak binnen het sociaal domein nodig is om op alle gebieden begrijpelijk te communiceren en laaggeletterdheid aan te pakken. En toch blijft dat lastig. Want voor je het weet maak je 1 of 2 ambtenaren verantwoordelijk voor dit thema en ‘vergeet’ de rest het weer. Om dat te voorkomen blijf ik als enthousiaste ‘ambassadeur’ aandacht geven aan de aanpak van laaggeletterdheid. Het onderwerp opnemen in beleidsplannen en er concrete activiteiten aan koppelen helpt ook.”   

NT1’ers bereiken 

Van Oosterhout: “Omdat we graag wilden weten wat de inzet van alle bondgenoten opleverde, deed Maastricht University 3 jaar lang onderzoek naar onze aanpak van laaggeletterdheid. Daaruit bleek onder andere dat het bereiken van mensen met Nederlands als eerste taal, NT1’ers, lastig is. Een van de manieren waarop wij dat proberen te veranderen, is door informatiebijeenkomsten te organiseren voor zorgprofessionals. Want zij hebben veel contact met mensen die mogelijk laaggeletterd zijn. Als zij de signalen herkennen en weten hoe ze mensen kunnen doorverwijzen, kunnen we veel NT1’ers bereiken.”   

Grote uitdagingen  

Ondanks alle inzet is de ambitie van het bondgenootschap om binnen 5 jaar het aantal laaggeletterden met 10% te verminderen, niet gehaald. Van Oosterhout: “Dat komt omdat dit probleem nog veel uitdagender is dan we al wisten. De wereld wordt ingewikkelder. Je hebt steeds meer digitale vaardigheden nodig om mee te kunnen doen. En dat er steeds meer kinderen met te weinig taalvaardigheden van school komen helpt ook niet mee. Als dat niet verandert zijn we aan het dweilen met de kraan open.” 

Nieuwe energie  

Van Oosterhout stopt dit jaar als voorzitter van het bondgenootschap. Hij vindt het belangrijk dat na 10 jaar iemand met nieuwe energie en inzichten het overneemt. Hij heeft nog wel wat tips voor zijn opvolger: “Zorg dat je de energie in het bondgenootschap houdt. Want partner worden is heel makkelijk, maar wat een organisatie er vervolgens mee doet bepalen ze zelf. Dat bereik je onder andere door regelmatig contact te hebben. Daarnaast is het belangrijk om te blijven nadenken over hoe je NT1’ers bereikt. Ook moet er voldoende cursusaanbod van goede kwaliteit zijn, zodat mensen die willen leren, gelijk aan de slag kunnen. Anders haken ze weer af. En maak gebruik van organisaties die meer verstand hebben van de aanpak van laaggeletterdheid dan jijzelf. Zoals het Expertisepunt Basisvaardigheden, Stichting Lezen en Schrijven en de partijen die onderdeel zijn van lokale Taalnetwerken. Zoals welzijnsorganisaties, roc’s, scholen en bibliotheken. Je hoeft het echt niet allemaal alleen te doen.”  

Tips van Eric van Oosterhout, burgemeester van Emmen, voor startende bondgenootschappen die laaggeletterdheid samen willen aanpakken:  

  • Werk met zoveel mogelijk partners samen. Hoe groter de groep, hoe makkelijker je problemen kunt oplossen.  
  • Zoek een paar enthousiaste partners die andere partners kunnen motiveren.  
  • Blijf niet te lang hangen in ‘juridisch gedoe’, zoals statuten en reglementen. Ga gewoon aan de slag. Dan bereik je het meest. 
  • Investeer in een goede onderlinge relatie tussen gemeenten in een arbeidsmarktregio of provincie. Want als die er is, kun je samen optrekken.  

 
Wil jij ook aan de slag met de aanpak van laaggeletterdheid? Neem dan contact op met jouw adviseur in de regio