In 2016 stelden de Zeeuws-Vlaamse gemeenten, de drie lokale welzijnsorganisaties (Hulst voor Elkaar, Aan-Z en Porthos), gemeente Sluis en bibliotheek Zeeuws-Vlaanderen samen een ‘dynamisch plan van aanpak’ op om de laaggeletterdheid in hun regio terug te dringen. Het idee was om werkenderwijs met de uitvoeringspartners te komen tot een gezamenlijke werkwijze, waarbij iedereen vanuit de eigen expertise een bijdrage levert, zonder de tussenlaag van een Taalhuis. Het was een hobbelige weg, maar er zijn mooie resultaten bereikt en men verwacht er nog meer.

Missie

Wij bundelen onze krachten om laaggeletterdheid in onze regio te bestrijden. We vinden het belangrijk dat er in Zeeuws-Vlaanderen aandacht is en blijft voor het signaleren van laaggeletterdheid en het toeleiden naar een passend en toereikend informeel en formeel aanbod, zodat de taalvaardigheden verbeterd kunnen worden. 

Visie

Mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen leven en hebben zelf de regie. Ze worden gestimuleerd om zelfredzaam te zijn, de gemeente ondersteunt waar nodig. Iedereen moet kunnen participeren in de samenleving (via werk, opleiding, vrijwilligerswerk, sociaal netwerk).

Aanpak

De werkwijze kenmerkt zich door ‘van onderaf’ een passende aanpak voor Zeeuws-Vlaanderen te creëren. De gemeente Sluis heeft hierin gezocht naar de juiste rol: de regie voeren, maar voldoende ruimte laten voor de uitvoeringspartners om mee te denken en een eigen rol te spelen . De bedoeling was de lijnen tussen alle partners zo kort mogelijk te houden. De gemeente heeft hen gevraagd met een plan te komen om het formele en informele aanbod beter met elkaar te verbinden. De uitvoeringsregisseur van Scalda, een lokale aanbieder van middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, coördineert het proces en de onderlinge communicatie. 
Door voor deze invulling te kiezen, komen de WEB-gelden (Wet educatie en beroepsonderwijs) zo veel mogelijk bij de doelgroep terecht. De gemeenten benutten dit geld om laagdrempelige educatieve activiteiten verder te ontwikkelen en de vrijwilligers en netwerkpartners inhoudelijk te ondersteunen.

Speerpunten

  1. Laaggeletterdheid nog beter signaleren en mensen toeleiden naar een (in)formeel educatief aanbod van basisvaardigheden. 
  2. Verder ontwikkelen van aanbod dat aansluit bij de vraag van inwoners, en dit aanbod ondersteunen met educatiematerialen van Stichting Lezen en Schrijven. 
  3. Laaggeletterdheid bespreekbaar maken.

Opbrengsten

  • Een breed en gedifferentieerd activiteiten-en scholingsaanbod van formele en informele aanbieders voor de verschillende doelgroepen. 
  • Een krachtige samenwerking tussen betrokken partners en kruisbestuiving binnen het hele sociale domein en diverse beleidsterreinen. 
  • Medewerkers van aangesloten kernpartners zijn getraind in het leren herkennen van laaggeletterdheid en gebruik van de screeningsinstrumenten. 
  • Elke kernpartner heeft een eigen implemen¬tatieplan, werkproces, registratiesysteem om sturingsinformatie aan te leveren en intern verantwoordelijke laaggeletterdheid. 
  • Voor de toekenning van de WEB-middelen is een voorbeeldbeschikking en toetsingskader ontwikkeld. 
  • De gezamenlijke regionale aanpak is geborgd in beleid en afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en activiteiten. 

Succesfactoren

  • Neem de tijd om werkenderwijs te ontdekken en te ontwikkelen. De randvoorwaarden op orde krijgen en de samenwerkingspartners op één lijn krijgen, kost tijd. Deze fase kan ongemakkelijk voelen, maar daarmee wordt laaggeletterdheid meteen geborgd in beleid en afspraken. 
  • Pak als gemeente beleidsmatig de regierol en maak hierbij gebruik van de expertise en ondersteuning van Stichting Lezen en Schrijven. 
  • Wees duidelijk over de kaders. Als je uitvoeringspartners uitnodigt met plannen te komen, zorg dan dat de beschikbare middelen en faciliteiten aansluiten bij de verwachtingen. Geef houvast als je vraagt een plan te ontwikkelen. 
  • Verbind het formele en informele aanbod, en daardoor educatie en participatie, met elkaar. Zo kun je beter aansluiten op de verschillende doelgroepen en kunnen nieuwe samenwerkingen ontstaan. 
  • Definieer laaggeletterdheid breed. Betrek zowel de NT1- als de NT2-doelgroep erbij. Richt je niet alleen op taal maar ook op rekenen en digitale geletterdheid, benut alle mogelijke vindplaatsen en maak een koppeling met aanpalende beleidsterreinen. 
  • Houd het overzichtelijk. Betrek niet te veel partners in de kerngroep, dat maakt het makkelijker om tot concrete afspraken en activiteiten te komen. De kerngroep zoekt in de uitvoering samenwerking met een breed scala aan partners: kinderopvang, huisartsen, wijkteams, voedselbank, onderwijs et cetera. 
  • Deel je ideeën. Durf over je eigen grenzen heen te kijken. Houd contact met andere arbeidsmarktregio’s, zodat je kansen tot uitwisseling en samenwerking kunt pakken als ze zich voordoen.

Toekomst

Het kernteam volgt de voortgang door informatie samen te brengen en krachten te bundelen. Daarvoor heeft het kernteam informatie nodig. Elke kernpartner geeft daarom een terugkoppeling over de voortgang van de taken waar hij verantwoordelijk voor is en vertaalt dit naar succesfactoren, knelpunten en verbeteracties. Zo komt er een dynamisch proces van leren en ontwikkelen op gang, waarin bijsturing direct mogelijk is.